3 juli 2026
Schriftelijke vragen over woningbouw

Raadsleden Gert van Dijk en Berdian Evink hebben vragen gesteld over woningbouw. Welke mogelijkheden kan het college benutten om de opgave van woningbouw versnellen? Lees hieronder de vragen.
De SGP-fractie wil het College van B&W op grond van artikel 41 van de Organisatieverordening van de gemeenteraad vragen stellen over de stand van zaken aangaande collegebericht 2026-007, de Voort gangsrapportage Wonen, en enkele vragen aangaande de algehele woningbouwopgave van gemeente Barneveld. Tijdens de raadstafel dd. 28-01-2026, waarvan verslag is uitgebracht in genoemd collegebericht 2026 007 dd. 22-04-2026, zijn diverse aanbevelingen gedaan om de woningbouw te versnellen. De SGP fractie heeft hierover de volgende vragen:
- Welke aanbevelingen uit de raadstafel zijn door het college overgenomen en worden inmid dels concreet toegepast?
- Op welke wijze worden deze aanbevelingen verwerkt in de verdere planvorming en uitvoering van woningbouwprojecten?
- Heeft het college overwogen gebruik te maken van het provinciale aanbod voor ambtelijke ondersteuning en extra capaciteit ten behoeve van de woningbouwopgave? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?
- Hoe geeft het college invulling aan de prioritering van woningbouwprojecten? Krijgen grotere projecten voorrang boven kleinere projecten en welke gevolgen heeft deze afweging voor de inzet van de beschikbare ambtelijke capaciteit?
Naar aanleiding van de meest recente voortgangsrapportage wonen stelt de SGP-fractie de volgende vragen:
- Welke maatregelen neemt het college om ervoor te zorgen dat de in de voortgangsrapportage genoemde woningbouwaantallen daadwerkelijk worden gerealiseerd, en vertraging van pro jecten wordt voorkomen?
- Ziet het college mogelijkheden om een inhaalslag in de woningbouw te maken door projecten die intern wel bekend zijn, maar nog niet in de huidige Woningbouwprogrammering 2026 2030 zijn opgenomen, naar voren te halen? Bijvoorbeeld deelwijken van De Burcht en Bloe mendal.
- Is het college bereid de prioritering van woningbouwprojecten nadrukkelijker te richten op projecten die relatief veel woningen opleveren, zodat de beschikbare ambtelijke capaciteit zo effectief mogelijk wordt ingezet en niet onevenredig wordt belast door langdurige, complexe projecten met een beperkte bijdrage aan de woningbouwopgave?
- Wat is de actuele stand van zaken van de planvorming voor de nog niet in de voortgangsrap portage opgenomen volgende deelfasen van projecten als Bloemendal?
De recent aangenomen Wet Versterking regie volkshuisvesting, welke gefaseerd in werking zal treden maakt, in aanvulling op reeds vergunningsvrije mantelzorgwoningen, het vergunningsvrij bouwen van (1e graads) familiewoningen mogelijk. Hierover heeft de SGP-fractie de volgende vraag:
- Is het college bereid om los van de landelijke wet- en regelgeving zelf de mogelijkheden maxi maal te benutten om familiewoningen vergunningsvrij mogelijk te maken. Welke ruimte ziet het college hiervoor en welke stappen zijn hierin reeds gezet? In het coalitieakkoord wordt gesproken over flexwoningen. Daarover heeft de SGP-fractie de volgende vragen:
- Wat verstaat het college nu concreet onder het begrip flexwoningen? Kan het college aange ven hoe dit begrip wordt toegepast binnen het Barneveldse woningbouwbeleid?
- Welke voordelen ziet het college in de inzet van flexwoningen en op welke wijze verwacht het college hiermee de woningbouwproductie daadwerkelijk te versnellen, los van een gering tijdsvoordeel wat met geprefabriceerde woningen behaald kan worden?
- Flexwoningen zijn woningen die met een tijdelijke omgevingsvergunning max. 15 jaar ge plaatst kunnen worden. In de visie van de SGP wordt deze termijn van 15 jaar gebruikt om een definitieve plaatsing mogelijk te maken. Deelt het college deze visie en zal er bij de keuze van het type woningen rekening worden gehouden met een levensduur van minimaal 40 jaar?
Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet. Met vriendelijke groet, namens de SGP-fractie,
Gert van Dijk Berdian Evink